Mag ik mij even aan U voorstellen?:

Mijn naam is Chris Jorgensen, ik ben nu 70 jaar en woon in elystad. Sinds 1993 ben ik gids op de Batavia-werf in Lelystad. Over de Verenigde Oost-indische Compagnie en de “Batavia” heb ik op ‘de werf’ veel geleerd. Toch doe ik ook veel eigen onderzoek naar de mij (nu nog steeds) ontbrekende kennis van de maritieme historie. Op de Batavia-werf kan je die kennis uitdragen. Om echter op een wat ruimere wijze deze kennis te delen met anderen heb ik deze web-log opgezet. Hopelijk zullen velen er plezier aan beleven…..

“WIE ZIJN HISTORIE KENT, WAARDEERT ZIJN TOEKOMST”

Foto: Alina Boguslavskaja, Lelystad

23 May 2007
By on 20:05
De xe9xe9rste schipvaart

Op 2 april 1595 vertrok de eerste expeditie, vanuit de rede van Texel, naar Azixeb met als doel het bereiken van de specerijen-eilanden. De ‘Compagnie van Verre’ zond drie goed uitgeruste en zwaar bewapende schepen, de “Mauritius”, de “Hollandia”, de “Amsterdam” en de kleine pinas “Duyfken” uit onder leiding van Cornelis de Houtman en Gerrit van Beuningen. De vloot had in totaal 249 opvarenden. Schipper Dirksz. de Keyser beschikte over de routebeschrijving van Jan Huygen van Linschoten die de reis eerder met een Portugees schip had gemaakt. Later zou blijken dat deze tocht xe9xe9n van de beroemdste Nederlandse reizen aller tijden genoemd zal worden. Het was de eerste keer dat een Hollandse vloot naar Azixeb voer en terugkeerde. Na 4 maanden werd de Mosselbaai aan Afrika’s zuidkust aangedaan om te “ververschen”, terwijl door het lange verblijf op zee en de slechte voeding “scheurbuik” op de vloot was uitgebroken. Na het aanvullen van de voeding en het drinkwater, sloeg op zee de ziekte weer toe. Hierop werd de Zuidkust van Madagascar aangedaan waar men 2xbd maand verbleef voor het herstel van de zieken. Op een eilandje in de Gaga Baai werden o.a. ‘zoovele schepelingen’ begraven, dat het de naam kreeg ‘Het Hollandsche kerkhof”, in het geheel had men reeds 70 man verloren.De reis werd op 13 december voortgezet, maar de zwaar doorstaande ZO-moesson deed de sleccht bezeilde schepen zoveel Noordwaarts afdrijven, dat besloten werd andermaal Madagascar aan te doen en zich wederom te ‘ververschen’. Half januari 1596 ankerden de schepen onder het eiland St. Maria op de NO-kust en vebleven daar een maand en in de iets Noordelijker gelegen Antongil Baai.Op 12 februari werd van hieruit de oversteek naar Java begonnen. Aanvankelijk werd met Westen winden goed Oost gehaald, maar daarna zoveel tegenspoed door stroom en wind uit het ZO-en ondervonden, dat men pas na ongeveer 4 maanden het eiland Egano bij Sumatra’s zuidpunt in ‘t zicht liep. Na kort oponthoud hier en in Semangka Baai in Straat Soenda, bereikte men op 27 juni eindelijk, na bijna 15 maanden, de Bantan Baai op Java’s NW-punt en hiermede het eigenlijke doel van de tocht.Ongeveer 4xbd mand wer hier verbleven, specerijen werden ingekocht en een handelsverdrag met de vorst van Bantam afgesloten, ondanks de tegenwerking van de daar gevestigde Portugezen. Verschillende eilanden werden bezocht en verkend. De reis verliep moeizaam met veel conflicten en verliezen aan mensenlevens. Van de oorspronkelijke 249 opvarenden waren er nog 94!! over zodat de lading van de reeds zeer lekke “Amsterdam” over de andere schepen werd verdeeld. De “Amsterdam” werd daarop verbrand. Op 14 augustus 1597 keerden de “Mauritius”, “Hollandia” en “Duyfken” terug. De tocht zelf mag geen succes zijn geweest, het volbrengen ervan was het startsein voor een ware wedloop op de Oost. In het jaar na de terugkeer vertrokken er zes Hollandse vloten naar de Oost. Nog geen vijf jaar later werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht

6 juni 1596: aankomst Eerste schipvaart in Indixeb.

Bron: “De eerste schipvaart der Hollanders naar Oost-Indixeb”, Mollema, J.C.


By on 19:34
De xc3xa9xc3xa9rste schipvaart

Op 2 april 1595 vertrok de eerste expeditie, vanuit de rede van Texel, naar Azixc3xab met als doel het bereiken van de specerijen-eilanden. De ‘Compagnie van Verre’ zond drie goed uitgeruste en zwaar bewapende schepen, de “Mauritius”, de “Hollandia”, de “Amsterdam” en de kleine pinas “Duyfken” uit onder leiding van Cornelis de Houtman en Gerrit van Beuningen. De vloot had in totaal 249 opvarenden. Schipper Dirksz. de Keyser beschikte over de routebeschrijving van Jan Huygen van Linschoten die de reis eerder met een Portugees schip had gemaakt. Later zou blijken dat deze tocht xc3xa9xc3xa9n van de beroemdste Nederlandse reizen aller tijden genoemd zal worden. Het was de eerste keer dat een Hollandse vloot naar Azixc3xab voer en terugkeerde. Na 4 maanden werd de Mosselbaai aan Afrika’s zuidkust aangedaan om te “ververschen”, terwijl door het lange verblijf op zee en de slechte voeding “scheurbuik” op de vloot was uitgebroken. Na het aanvullen van de voeding en het drinkwater, sloeg op zee de ziekte weer toe. Hierop werd de Zuidkust van Madagascar aangedaan waar men 2xc2xbd maand verbleef voor het herstel van de zieken. Op een eilandje in de Gaga Baai werden o.a. ‘zoovele schepelingen’ begraven, dat het de naam kreeg ‘Het Hollandsche kerkhof”, in het geheel had men reeds 70 man verloren.De reis werd op 13 december voortgezet, maar de zwaar doorstaande ZO-moesson deed de sleccht bezeilde schepen zoveel Noordwaarts afdrijven, dat besloten werd andermaal Madagascar aan te doen en zich wederom te ‘ververschen’. Half januari 1596 ankerden de schepen onder het eiland St. Maria op de NO-kust en vebleven daar een maand en in de iets Noordelijker gelegen Antongil Baai.Op 12 februari werd van hieruit de oversteek naar Java begonnen. Aanvankelijk werd met Westen winden goed Oost gehaald, maar daarna zoveel tegenspoed door stroom en wind uit het ZO-en ondervonden, dat men pas na ongeveer 4 maanden het eiland Egano bij Sumatra’s zuidpunt in ‘t zicht liep. Na kort oponthoud hier en in Semangka Baai in Straat Soenda, bereikte men op 27 juni eindelijk, na bijna 15 maanden, de Bantan Baai op Java’s NW-punt en hiermede het eigenlijke doel van de tocht.Ongeveer 4xc2xbd mand wer hier verbleven, specerijen werden ingekocht en een handelsverdrag met de vorst van Bantam afgesloten, ondanks de tegenwerking van de daar gevestigde Portugezen. Verschillende eilanden werden bezocht en verkend. De reis verliep moeizaam met veel conflicten en verliezen aan mensenlevens. Van de oorspronkelijke 249 opvarenden waren er nog 94!! over zodat de lading van de reeds zeer lekke “Amsterdam” over de andere schepen werd verdeeld. De “Amsterdam” werd daarop verbrand. Op 14 augustus 1597 keerden de “Mauritius”, “Hollandia” en “Duyfken” terug. De tocht zelf mag geen succes zijn geweest, het volbrengen ervan was het startsein voor een ware wedloop op de Oost. In het jaar na de terugkeer vertrokken er zes Hollandse vloten naar de Oost. Nog geen vijf jaar later werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht

6 juni 1596: aankomst Eerste schipvaart in Indixc3xab.

Bron: “De eerste schipvaart der Hollanders naar Oost-Indixc3xab”, Mollema, J.C.


By on 19:34
De herbouw van de “derde” De 7-Provincixebn

DE BATAVIAWERF BOUWT:

Foto: Batavia-werf

De Batavia-werf is in binnen- en buitenland bekend door de reconstructie van het VOC-schip “Batavia”, maar nu wordt gebouwd aan “De 7-Provincixebn” (1665), een nieuw schip voor Michiel Adriaensz. de Ruyter. In haar gloriejaren maakte dit legendarische oorlogsschip met haar fameuze bevelhebber vele zeeslagen mee om de VOC-handelsroutes te beschermen. Zo liet een klein land zien waar het groot in kan zijn! Michiel de Ruyter is een bijzondere man in een bijzondere tijd: de Gouden Eeuw. De Bataviawerf biedt in 2007 een uniek decor voor een wervelend dagje uit. Ook voor groepen! cq gezelschappen. Het bouwproces is een vorm van experimentele archeologie. De combinatie van wetenschap, ambacht, scholing en publieksattractie maakt de Bataviawerf uniek in de wereld, waarbij vooral de twee schepen een bezienswaardigheid vormen. Al de (kunst)historische, ambachtelijke en archeologische kennis over de 17de eeuwse scheepsbouw komt samen bij de bouw van deze grootschalige reconstructie van het vlaggenschip van Admiraal de Ruyter:

“DE 7-PROVINCIxcbN”

Vanaf 28 maart 2007 wordt er een tentoonstelling, geheel gewijd aan Michiel Adriaenszoon de Ruyter en zijn roemruchte “7-Provincixebn”, geopend.


Foto: Flying Cessna/Theo de Wilde

De Bataviawerf in vogelvlucht. Op de voorgrond ziet U “De Batavia” in volle glorie in haar element. In het midden de bouwplaats van “De 7-Provincixebn”. Rondom de bouwplaats vindt U de diverse werkplaatsen welke sinds kort zijn uitgebreid zijn met een xe8chte (werkende!) smederij.

<p

Foto: Batavia-werf

De smederij in aanbouw

Werktekening van Tiemen Pasterkamp

Onlangs is bekend geworden, dat het 1e deel van het snijwerk dat nu in de Beeldsnijderij onder handen is, het grootste stuk scheepssier ter wereld is wat in deze tijd gemaakt wordt. De afmeting van dit deel is 7 x 4 meter.

Foto: Loura Kok.

De kiel van “De 7-Provincixebn” op de Batavia-werf.

Foto: Batavia-werf.

De beeldsnijders zijn druk aan het werk. Op de voorgrond de leermeester, Meester-beeldsnijder Tiemen Pasterkamp

<span style="color:#ffff00;"Foto: Batavia-werf

De eerste spanten, de 12 ‘spanten ter oprichting’, worden met mallen op maat in de vorm gebracht en stuk voor stuk op de kiel geplaatst. met centlatten wordt dan de juiste vorm geconroleerd. Na het plaatsen van de spiegel volgen de ‘spanten ter invulling’.

Foto Batavia-werf- De werf in wintertooi, 35 cm sneeuw!!

Foto: Batavia-werf

Foto: Batavia-werf

Foto: Batavia-werf- Dit was de laatste (12e) spant ter oprichting en is geplaatst op 12 juli 2005 Nu kunnen de juiste rondingen van het schip bepaald worden en volgen de spanten ter invulling.

Foto: Bataviawerf’ Een prachtig overzicht van het spantenraam van de "7-Provincixebn&quot

Foto Batavia-werf In de beeldsnijderij wordt gestaag gewerkt aan het grootse snijwerk voor het rechte wulf. Het is nog lang niet klaar, maar steeds worden meer vormen zichtbaar. Op de schilden voor de provincies zijn de mallen van de onderdelen aangebracht. hiermee wordt ook steeds duidelijker wat voor een enorm werk de beeldsnijders onder handen hebben.

<span style="color:#ffff00 Foto Bataviawerf. De bouw van De 7 Provincien staat de komende maanden in het teken van het uitstroken en aanbrengen van de centen en het berghout. Centen zijn lange buigzame balken die de contouren van de buitenhuid aamgeven. Ze worden in langsscheepse richting aangebracht aan de buitenzijde van de spanten van oprichting (zie foto). Samen met die spanten vormen ze a.h.w. een ‘mandje’. Dat mandje is de complete vorm van de scheepsromp, waarbinnen de ‘spanten ter invulling’ worden gemonteerd. Als dat gedaan is worden de centen verwijderd. Daarna volgt de scheepshuid, maar dan zijn we een jaar verder!!

Foto:Bataviawerf- De windveren worden gemaakt. Dit zijn de verlengstukken van de rantsoenhouten die hoog boven de spiegel van ‘De ‘Zeven Provincixebn’ zullen uitsteken. Tussen de windveren komt het hakkebord waarop het prachtige snijwerk uit de Beeldsijderij geplaatst zal worden.

Foto: Bataviawerf, Lelystad De windveren worden tijdelijk op de spiegel van ‘De 7-Provincixebn geplaatst en afgeschreven voor de juiste positie.

Foto: Bataviawerf-De windveren worden met zware klinkbouten aan de spiegel bevestigd. Met veel lawaai en rook worden de koppen op de klinkbouten gesmeed.

Met gepaste trots zal op de “Batavia-werf” in Lelystad tijdens de in maart te openen “De Ruyter-tentoonstelling”,in de De Ruyter zaal, haar aktiviteiten rond de “7-Provincixebn” tonen. Het onlangs gereed gekomen eerste deel van de prachtige versiering van het hakkebord cq het rechte wulf zal hier, in volle glorie, een prominente plaats innemen

Foto: Bataviawerf – Lelystad.


VLISSINGEN HEEFT EEN PRACHTIG STANDBEELD VAM MICHIEL ADRIAENSZ. DE RUYTER AAN DE WATERKANT STAAN

</center


IN LELYSTAD BOUWT DE BATAVIA-WERF AAN HET WERELDVERMAARDE MONUMENT VAN MICHIEL ADRIAENSZ. DE RUYTER ZIJN VLAGGENSCHIP:“DE 7-PROVINCIxcbN”!!!!!!!


Foto: Batavia-werf, Lelystad Schilderij van Brobbel


16 May 2007
By on 19:38
De herbouw van de “derde” De 7-Provincixc3xabn

DE BATAVIAWERF BOUWT:

Foto: Batavia-werf

De Batavia-werf is in binnen- en buitenland bekend door de reconstructie van het VOC-schip “Batavia”, maar nu wordt gebouwd aan “De 7-Provincixc3xabn” (1665), een nieuw schip voor Michiel Adriaensz. de Ruyter. In haar gloriejaren maakte dit legendarische oorlogsschip met haar fameuze bevelhebber vele zeeslagen mee om de VOC-handelsroutes te beschermen. Zo liet een klein land zien waar het groot in kan zijn! Michiel de Ruyter is een bijzondere man in een bijzondere tijd: de Gouden Eeuw. De Bataviawerf biedt in 2007 een uniek decor voor een wervelend dagje uit. Ook voor groepen! cq gezelschappen. Het bouwproces is een vorm van experimentele archeologie. De combinatie van wetenschap, ambacht, scholing en publieksattractie maakt de Bataviawerf uniek in de wereld, waarbij vooral de twee schepen een bezienswaardigheid vormen. Al de (kunst)historische, ambachtelijke en archeologische kennis over de 17de eeuwse scheepsbouw komt samen bij de bouw van deze grootschalige reconstructie van het vlaggenschip van Admiraal de Ruyter:

“DE 7-PROVINCIxc3x8bN”

Vanaf 28 maart 2007 wordt er een tentoonstelling, geheel gewijd aan Michiel Adriaenszoon de Ruyter en zijn roemruchte “7-Provincixc3xabn”, geopend.


Foto: Flying Cessna/Theo de Wilde

De Bataviawerf in vogelvlucht. Op de voorgrond ziet U “De Batavia” in volle glorie in haar element. In het midden de bouwplaats van “De 7-Provincixc3xabn”. Rondom de bouwplaats vindt U de diverse werkplaatsen welke sinds kort zijn uitgebreid zijn met een xc3xa8chte (werkende!) smederij.

<p

Foto: Batavia-werf

De smederij in aanbouw

Werktekening van Tiemen Pasterkamp

Onlangs is bekend geworden, dat het 1e deel van het snijwerk dat nu in de Beeldsnijderij onder handen is, het grootste stuk scheepssier ter wereld is wat in deze tijd gemaakt wordt. De afmeting van dit deel is 7 x 4 meter.

Foto: Loura Kok.

De kiel van “De 7-Provincixc3xabn” op de Batavia-werf.

Foto: Batavia-werf.

De beeldsnijders zijn druk aan het werk. Op de voorgrond de leermeester, Meester-beeldsnijder Tiemen Pasterkamp

<span style="color:#ffff00;"Foto: Batavia-werf

De eerste spanten, de 12 ‘spanten ter oprichting’, worden met mallen op maat in de vorm gebracht en stuk voor stuk op de kiel geplaatst. met centlatten wordt dan de juiste vorm geconroleerd. Na het plaatsen van de spiegel volgen de ‘spanten ter invulling’.

Foto Batavia-werf- De werf in wintertooi, 35 cm sneeuw!!

Foto: Batavia-werf

Foto: Batavia-werf

Foto: Batavia-werf- Dit was de laatste (12e) spant ter oprichting en is geplaatst op 12 juli 2005 Nu kunnen de juiste rondingen van het schip bepaald worden en volgen de spanten ter invulling.

Foto: Bataviawerf’ Een prachtig overzicht van het spantenraam van de "7-Provincixc3xabn&quot

Foto Batavia-werf In de beeldsnijderij wordt gestaag gewerkt aan het grootse snijwerk voor het rechte wulf. Het is nog lang niet klaar, maar steeds worden meer vormen zichtbaar. Op de schilden voor de provincies zijn de mallen van de onderdelen aangebracht. hiermee wordt ook steeds duidelijker wat voor een enorm werk de beeldsnijders onder handen hebben.

<span style="color:#ffff00 Foto Bataviawerf. De bouw van De 7 Provincien staat de komende maanden in het teken van het uitstroken en aanbrengen van de centen en het berghout. Centen zijn lange buigzame balken die de contouren van de buitenhuid aamgeven. Ze worden in langsscheepse richting aangebracht aan de buitenzijde van de spanten van oprichting (zie foto). Samen met die spanten vormen ze a.h.w. een ‘mandje’. Dat mandje is de complete vorm van de scheepsromp, waarbinnen de ‘spanten ter invulling’ worden gemonteerd. Als dat gedaan is worden de centen verwijderd. Daarna volgt de scheepshuid, maar dan zijn we een jaar verder!!

Foto:Bataviawerf- De windveren worden gemaakt. Dit zijn de verlengstukken van de rantsoenhouten die hoog boven de spiegel van ‘De ‘Zeven Provincixc3xabn’ zullen uitsteken. Tussen de windveren komt het hakkebord waarop het prachtige snijwerk uit de Beeldsijderij geplaatst zal worden.

Foto: Bataviawerf, Lelystad De windveren worden tijdelijk op de spiegel van ‘De 7-Provincixc3xabn geplaatst en afgeschreven voor de juiste positie.

Foto: Bataviawerf-De windveren worden met zware klinkbouten aan de spiegel bevestigd. Met veel lawaai en rook worden de koppen op de klinkbouten gesmeed.

Met gepaste trots zal op de “Batavia-werf” in Lelystad tijdens de in maart te openen “De Ruyter-tentoonstelling”,in de De Ruyter zaal, haar aktiviteiten rond de “7-Provincixc3xabn” tonen. Het onlangs gereed gekomen eerste deel van de prachtige versiering van het hakkebord cq het rechte wulf zal hier, in volle glorie, een prominente plaats innemen

Foto: Bataviawerf – Lelystad.


VLISSINGEN HEEFT EEN PRACHTIG STANDBEELD VAM MICHIEL ADRIAENSZ. DE RUYTER AAN DE WATERKANT STAAN

</center


IN LELYSTAD BOUWT DE BATAVIA-WERF AAN HET WERELDVERMAARDE MONUMENT VAN MICHIEL ADRIAENSZ. DE RUYTER ZIJN VLAGGENSCHIP:“DE 7-PROVINCIxc3x8bN”!!!!!!!


Foto: Batavia-werf, Lelystad Schilderij van Brobbel



By on 19:38
De Batavia-werf in Lelystad

Foto: Flying Cessna/Theo de Wilde

Batavia-werf, Lelystad in vogelvlucht. Op de voorgrond de ‘Batavia’, in het midden ‘De Zeven Provincixebn’ in aanbouw.

DE BATAVIAWERF: HET NATIONAAL SCHEEPSHISTORISCH CENTRUM

Hier biedt men U een boeiende kijk op historische scheepsbouw en scheepsarcheologie. Alleen op de BATAVIA-WERF zijn maar liefst >>>>>VIJF<<<<< ambachtelijke reconstructies van 17e eeuwse schepen in xe9xe9n oogopslag te zien. Dat maakt de werf een prachtige bezienswaardigheid die uniek is in de wereld. Een bezoek aan de Bataviawerf is een belevenis, die uw fantasie meer dan 350 jaar terugbrengt in de tijd!

Foto’s: Bataviawerf, Lelystad.

Met een schitterend verlichte "Batavia" neemt de Bataviawerf afscheid van het jaar 2006 xe9n straalt een goede toekomst in voor 2007   


By on 19:29
Het Generaal Seinboek van Admiraal De Ruyter

Het Generaal Seinboek

Op 06 augustus 1667 werd door Luitenant-Admiraal de Ruyter, aan boord van het vlaggenschip "De Zeven Provincixebn", het Generaal Seinboek voor de oorlogsvloot en de koopvaardij schepen in konvooi met deze vloot varende, uitgereikt. Dit was een van de eerste Algemene seinboeken voor de vloot waar goed mee te werken was. Vanaf dit moment had de ontwikkeling van seinboeken een grote vooruitgang genomen zowel op de Hollandse vloot als op de Engelse vloot, want door de regelmatige samenwerking tussen beide vloten werden veel gegevens en verbeteringen uitgewisseld. Naast het gebruik van vlaggen en wimpels werd er in de nacht gebruik gemaakt van lantarens. Voor het trekken van de aandacht van de andere schepen voor de gevoerde seinen werd bij belangrijke seinen gebruik gemaakt van xebxebn of meer kanonschoten. De in het seinboek vastgestelde betekenis van de seinen was afhankelijk van de plaats waar het sein werd gehesen al dan niet in combinatie met de zeilen en kanonschoten.

Enige voorbeelden:

"De Admiraal vindt het geraden, dat een ieder, zijn uiterste best doet met jagen”

2 schoten + seinvlag: "De Admiraal of Commandeur wenst de vloot te doen wenden."

“De Admiraal wenst, dat het gehele gros, de vijand zal aanvallen”</span


By on 15:07
Het ontstaan van de V.O.C.

“Het onstaan van de Verenigde Oost-Indische Compagnie”

<span style=FONT SIZE=14pntNadat verschilende compagniexebn gevormd werden en er een wildgroei ontstond in de reizen naar Azixeb greep de Staten-Generaal in met de vorming van de VOC. Het is duidelijk dat het voor de VOC van groot belang was dat men zo snel mogelijk op de plaats van bestemming kon komen. Daarvoor gebruikte men in het begin de Portugese route en de ervaringen van de voorgangers. De schepen werden uitgerust met de best bijgewerkte zeekaarten, kustschetsen, allerlei meetinstrumenten. Ook andere waarnemingen als veranderingen van de waterkleur, soorten vogels en vissen droegen bij tot het bepalen van de positie. Voor de VOC-schepen was er ook de “seynbrief”. Deze vaaropdrachten werden samen gesteld door de besturen van de VOC-kamers uit de gegevens van de logboeken en de ervaringen van de terugkerende schippers. Zo werden de volgende reizen bij gestuurd. Zo moesten de schepen van de uitvarende vloot uit Texel zich bij het Engelse eiland Wight voegen bij de schepen van de zuidelijke Kamers. Zo vormden zij een steviger blok tegen de kapers, die altijd op de loer lagen.

Na het passeren van Canarische eilanden voeren zij zo snel mogelijk naar de Braziliaanse kust hier voeren de schepen op de ‘Brazielstroming” en maakten zij gebruik van de altijd aanwezige passaat wind. Deze kust werd op gepaste afstand gevolgd totdat een uitkijk meldde dat het ‘bruine water’ in zicht was. Dit was de modderige uitloop van de Rio de la Plata, bij Buenos Aires, die mijlen uit de kust zichtbaar was. Iedere wacht werd er een lijn, voorzien van knopen met een kleurig lint over boord gezet. Gelijktijdig werd met een zandlopertje de overboord gelopen knopen geteld. Hiermee werd de vaarsnelheid gemeten. de windsnelheid werd vastgesteld aan de mogelijkheid van de te voeren zeilen. Al deze genoemde gegevens werden door de Schipper bij geschreven in het scheeps journaal evenals zijn waarneming van: De koppen op de golven, bewolking, de kleur van ‘t water, vogels als verraders van de nabijheid van land. Dat deze reizen veel stuurmans kunst vereiste mag duidelijk zijn. de VOC zorgde voor verschillende opleidingen voor haar officieren. Zo verscheen in 1621 van de Examinator der stuurlieden van de Kamer van Amsterdam, Cornelis Jansz. Lastman het invloedrijke leerboek ‘De schatkamer des Grooten Seevaerts-kunst’


Foto: De VOC in de kaart gekeken

HET ASTROLABIUM

Voor de positiebepaling werd lange tijd gebruikgemaakt van het astrolabium om via het ‘sterren schieten’ te weten hoever men opgeschoten was. Het astrolabium kan gezien worden als een metalen voorganger van de tegenwoordig veel gebruikte planisfeer, een draaibare sterrenkaart, zij het dat bij een astrolabium de kaart (de rete) bovenop ligt en de horizon (aangegeven op het tympanum) er onder. Een astrolabium verschilt verder van een planisfeer in het feit dat het een stereografische projectie gebruikt, waarbij alle cirkels op de hemelbol weergegeven zijn door cirkels op het vlak van het instrument. Zowel het astrolabium als de planisfeer zijn geschikt voor het lokaliseren van vaste sterren, maar zijn niet geschikt voor het lokaliseren van zwevende sterren, de planeten.

De Jacbsstaf

De Graadstok of Graadboog was ook een zeer oude manier van plaatsbepaling met de zon vooraan. Reeds bij de eerste verre zeereizen kenden navigators het verband tussen de hoogte van de zon op het midden van de dag-of de hoogte van de poolster ‘s nachts- en de geografische breedte waarop het schip zich bevond. Nadat goede mechanische tijdmeters waren uitgevonden, kon men ook de geografische lengte bepalen door (gecombineerd met een tijdaflezing) de hoogte van een hemellicht in het oosten of westen te meten. De Jacobsstaf is een eerder instrument dat bestaat uit een lange regel van vierkante doorsnee, voorzien van een schaalverdeling voor ieder van de drie, later vier dwarslatten van verschillende lengte, die over de regel schuiven. In de praktijk gebruikte men slechts xe9xe9n dwarslat voor het uitvoeren van een hoekmeting van respectievelijk minder dan 30xb0, 60xb0 of 90xb0. De waarnemer houdt de staaf met het uiteinde tegen het oog en verschuift de dwarslat tot de onderkant ervan samenvalt met de horizon, de bovenkant met het gepeilde hemellichaam. De gemeten hoek wordt aangeduid op de schaal op het snijpunt van de staf en dwarslat. Grote hoogren waren moeilijk te meten, omdat men hemellichaam en kim niet tegelijk scherp kon zien.

Het Kompas


De roerganger had de taak om het schip op de door de, op het verdek staande officier v/d wacht, aangegeven koers te houden. Een kompas heeft een magnetisch noorden. Bij iedere koers verandering draait het schip als het ware onder de kompasnaald door. De roerganger moet dan de, in graden, op gegeven graad met de kompasnaald volgen door het schip in de goede richting te sturen en te houden.


Het Logboek of Scheepsjournaal

Alle schippers uit de terugkerende vloten moesten hun scheepsjournalen bij de deskundigen uit de betreffende kamer laten bestuderen en op de aan hen gestelde vragen verslag doen over de gemaakte reis.

Foto: Een logoek uit 1761. Dit logboek werd bijgehouden door een kunstzinnige Schipper

In de logboeken werd veel melding gemaakt van de voorkomende winden. Ter verduidelijking hieronder een tabel van de omschrijvingen.

Uit dergelijke logboeken werden de eventuele aanvullingen of wijzigingen in de volgende “Seynbrief”opgesteld. Een Seynbrief gaf aanvullende instrucuties op verschillende trajecten zonder het zeeman schap van de volgende schippers in twijfel te trekken. als voorbeeld een uittreksel uit de VOC-seynbrief van 1617:

In artikel 12:

‘Ende sullen dienvolgende alle schepen, aen Cape de Bona Esperanxe7a ofte aan de Tafelbay ververscht hebbende, voorts haeren cours Oost-aen op de hoochte van 35,36 40 xe0 44 graden Suydelijkerbreedte moeten stelle’

.In artikel 13:

‘De Westelycke winden en de Suydtlandt-stroming hebbenden sullen de schepen minstens duysent mylen Oostelijcken cours houden eer se bysteken op een Noord-Noordoostelijcke cours afgebogen sulxs om regt voor de Straat Sunda uyt te komen’


Staatsbiblothek Preussischer Kulturbesitz, Berlijn.

Deze kaart van Sumatra is in 1620 vervaardigd door Hessel Gerritsz., kaartenmaker van de VOC-Kamer Amsterdam van 1617 tot 1632.

De handelaren die hun rijkdom vergaard hadden in de graanhandel uit het Oostzeegebied waren er ook op uit om de peperhandel uit Indixeb van de Portugezen over te nemen. Toen het aanbod van peper en specerijen in Europa terug liep ontstonden er zogenaamde voor-compagniexebn, die schepen uitrustten om de vaart op Azixeb te ondernemen. Karakteristiek voor de voorcompagniexebn was dat het gelegenheidsonderneming en waren. Voor een expeditie werden schepen gehuurd of gekocht en opvarenden geworven. Na de reis werd de balans opgemaakt, het schip werd verkocht en het personeel afgedankt. Van de eventueel gemaakte winst kon weer een nieuwe expeditie op touw worden gezet. De hele procedure begon dan weer van voren af aan. In Holland en Zeeland werden in de periode 1595-1602 door acht voorcompagniexebn 65 schepen uitgereed voor de vaart op Azixeb. Het voornaamste belang van deze expedities was niet hun financixeble resultaat, maar het feit dat de mogelijkheid van de vaart op Azixeb definitief was aangetoond. De voorspoedige groei kwam echter in gevaar door de zware concurrentie tussen de Zeeuwse en Amsterdamse voorcompagnixebn. Portugal werd op deze manier in de kaart gespeeld. Het bestuur van de Republiek, de Staten-Generaal, vond deze ontwikkelingen zorgelijk. Het waren vooral economische motieven die de raadspensionaris van Holland, Johan van Oldebarnevelt en stadhouder Prins Maurits ertoe brachten om de kooplieden tot samenwerking te dwingen. Dit resulteerde op 20 maart 1602 in de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). De VOC wordt wel de eerste naamloze vennootschap genoemd. Zij dankt dit aan het feit dat zij een in aandelen verdeeld kapitaal had. Voor die tijd was dat zeer modern.

Foto: Algemeen Rijksarchief, Den Haag

Voorpagina VOC-octrooi verleend door de Staten-Generaal op 20 maart 1602.


Foto: Amsterdams Historisch Museum

Vergaderzaal van de Heren Zeventien, het Hoofd-bestuur van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in Amsterdam.

Foto: Rijksmuseum

VOC-bestuur Kamer van Hoorn in vergadering bijeen.

Door de Staten-Generaal werd aan de VOC een octrooi verleend voor de handel tussen Kaap de Goede Hoop en Kaap Hoorn. In de zes steden waar voorcompagnixeb gevestigd of in oprichting waren kwamem nu kamers van de VOC: Amsterdam, Zeeland (Middelburg), Rotterdam, Delft, Hoorn en Enkhuizen. Het verkrijgen van het octrooi betekende voor de VOC dat zij voor de Republiek het alleenrecht verwierf om in dit gebied handel te drijven. Tevens werd de VOC gerechtigd om in naam van de Staten-Generaal in het octrooigebied met vorsten overeenkomsten te sluiten, forten te bouwen, oorlog te voeren en lokale besturen te installeren. De VOC kreeg dus rechten die normaal aan een soevereine staat waren voorbehouden. Wat de VOC verder nog bijzonder maakte was dat haar in aandelen verdeeld kapitaal niet na elke expeditie aan de eigenaren werd teruggegeven; het was dus niet meer een gelegenheidsonder neming. In 1602 werd er voor f. 6.424.588 aan kapitaal ingetekend. de organisatie van de VOC, met zes kamers, was gedeceniraliseerd. De verdeling van de activiteiten over de kamers, zoals de bouw en uitrusting van schepen of de in- en verkoop van goederen, werd nauwkeurig vastgelegd: Amsterdam de helft, Zeeland een kwart en de overige kamers ieder een zestiende. Ten aanzien van het bestuur van de VOC bestond een zelfde verdeling. Een kamer werd bestuurd door bewindhebbers, dat was per kamer een vast getal personen, die door de stedelijke overheid of, in het geval van Zeeland, de gewestelijke staten werden gekozen uit een aantal kandidaten dat door de zittende bewindhebbers was voorgedragen. Meestal ging het hierbij om de meest kapitaalkrachtige aandeelhouders. In iedere kamer kozen de bewindhebbers twee- of driemaal per jaar een aantal afgevaardigden die in Amsterdam of Middelburg aan vergaderingen ter bepaling van het centrale beleid deelnamen. In dit college, de Heren XVII, hadden acht Amsterdamse bewindhebbers, vier Zeeuwsw en xe9xe9n uit elk der kleinere kamers zitting. Het zeventiende lid werd bij toerbeurt door Zeeland of xe9xe9n der kleinere kamers geleverd. Amsterdam had zodoende geen doorslaggevende stem. Met name de Zeeuwen waren hier bij de oprichting van de VOC beducht voor geweest. Deze angst was niet ongegrond, want in de praktijk kwam het er inderdaad op neer dat Amsterdam bepaalde wat er gebeurde. Het octrooi van de VOC werd diverse malen verlengd. Gedurende de bijna twee eeuwen van haar bestaan rustte de VOC 4.721 maal een schip voor de vaart naar Azixeb uit. In totaal zond men 3.356 maal van overzee een retourschip terug.

Foto: Scheepvaartmuseum

Retourvloot vertrekt uit Batavia naar Holland

In de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) kwam de financieel ongezonde VOC in moeilijkheden, doordat er enige jaren geen rijkbeladen retourvloten naar de Republiek kwamen. In 1795 werd de VOC genationaliseerd; in 1799 verliep het laatste octrooi en waren de bezittingen aan de overheid vervallen.

Vierdaagse Zeeslag

Foto: VOC-Kenniscentrum


By on 14:28
Vrouwen van VOC-zeelieden

Vrouwen van Oost-Indievaarders waren opvallend onafhankelijk

Hoe leefden de vrouwen in de tijd (1602-1798) van de Verenigde Oost-indische Compagnie als hun man naar de Oost was? Een vraag waar bijna niemand het antwoord op wist. Danielle van den Heuvel (26) uit Amsterdam heeft, voor haar afstudeerscriptie geschiedenis aan de V.U. in Amsterdam, hiernaar onderzoek gedaan. Dit had een verrassend gevolg. Zij kreeg er de J. R. Bruijnprijs voor toegekend, een tweejaarlijkse onderscheiding van de Nederlandse Vereniging voor Zeegeschiedenis. Danielle heeft, volgens de jury, op een aangename wijze, dit vergeten aspect van de maritieme geschiedenis weergegeven.

"Prostituees "

Het beeld is altijd geweest dat VOC-zeelui niet getrouwd waren en dat de vrouwen die zij achterlieten voor het merendeel prostituees waren", zo vertelt Danielle. "Maar dat klopt niet. Heel veel zeelieden waren wel getrouwd en hadden kinderen.Ik heb gevonden dat 70% van de vrouwen zich financieel kon redden. De rest moest een beroep doen op de kerk en de aalmoezeniershuizen." Opvallend is dat de vrouwen redelijk beschermd waren door een stelsel van regels en afspraken. Normaal stonden vrouwen in die tijd onder voogdij van hun echtgenoot. Dat betekende dat ze niet zelfstandig financiele en juridische handelingen konden verrichten. Maar als echtgenote van een afwezige zeeman mochten ze dat wel. De rechtbank kende hen dan ‘bij uijtlandigheijt van haar man’ die bevoegdheid toe. Veel vrouwen, zo vermoedt Danielle, hebben van de mogelijkheid gebruik gemaakt hun inkomen aan te vullen met wat handel. de verkoop bijvoorbeeld van appels, noten en eieren. Ook is bekend dat zij werkten in de visindustrie en plaatselijke bedrijven. Zij hoefden zich in ieder geval niet definitie te verlagen tot prostitutie en criminaliteit, aldus Danielle. Toch hadden zeemansvrouwen een aardig financieel gat te dichten. Als bestaansminmum gold in die tijd, volgens Danielle, een bedrag van 208 gulden per jaar. Daarvan droegen de meeste varende echtgenoten een deel aan bij. Die lieten voor hun vertrek een z.g. maandbrief opstellen. Die brief kreeg de vrouw. Zij kon daarmee eens per jaar naar het VOC-kantoor om alvast 42 gulden te innen van het salaris van haar man. Hij inde zelf bij terugkeer de rest. dan was er ook nog de transportbrief, een document dat goed was voor een eenmalige uitkering van 150 tot 300 gulden, afhankelijk van de rang van de betreffende zeeman. De VOC stimuleerde haar personeel deze transport-brieven op naam van hun echtgenotes te zetten. De rest van het inkomen moest dus komen uit arbeid van de vrouwen en kinderen, aldus Danielle van den Heuvel.

Jaren weg

De mannen waren ook niet zomaar eventjes weg. In de onderzochte gevallen in de scriptie is sprake van drie tot zeven jaar. De mannen voeren eerst naar de Oost. Die reis duurde acht tot negen maanden. Vervolgens moesten zij verplicht minimaal drie jaar dienen op de inter-Aziatische routes. Daarna mochten zij pas terug. Voor hogere rangen gold een kortere termijn in de Oost. Soms slaagde een zeeman er in halverwege zo’n hogere rang te krijgen en kon hij eerder terug naar vrouw en kinderen. Veel zeelieden kwamen ook om op de verre reizen. Niet altijd werden hun echtgenotes hiervan in kennis gesteld. Danielle van den Heuvel ontdekte dat de rechtbanken daar coulant mee omgingen. Als het ook maar enigszins aannemelijk was dat de echtgenoot was omgekomen op zee, dan kregen de vrouwen toestemming opnieuw in het huwelijk te treden. Maar er is ook het verhaal bekend van Helena Subre uit Enkhuizen die drie keer trouwde en waar achteraf alle drie de mannen nog in leven bleken…

Tot zover een ingekorte versie van een artikel van GERT VAN DER MATEN in het Noordhollands Dagblad van 22 november 2003.


Het Soeteliefje, als bewijs van grote liefde

Wanneer er een paar in het huwelijk was getreden kreeg men vaak van de familie een ‘Soeteliefje’. Dit bestond uit twee stukjes touw aan elkaar verbonden door twee door elkaar gestoken ‘halve steken’. Dit was bevestigd op een mooi bewerkt stukje hout en werd op een goed zichtbare plaats aan de wand gehangen. Wanneer een van de echtelieden vond dat de liefde van de ander minder gevoeld werd maakte die een der knopen losser. Dit was een teken om op te passen voor de relatie. Wanneer echter een getrouwde zeeman wel heel erg lang weggebleven was kon hij aan de deur van zijn woning een ‘Soeteliefje’ met zeer opengewerkte ‘halve steken’ zien hangen als teken dat inmiddels een ander zijn plaats in de sponde had ingenomen.

Eigen foto - Het soeteliefje



By on 14:24
Hollands (herboren) Glorie

Foto: Stichting Kamper Kogge

De Kamper kogge onder zeil. Een klein schip met een grote historie. De Ommelandvaart bracht enorme winsten naar ons land. De handel in graan, hout, laken, bijenwas en pelzen bracht het goud binnen. Met deze handel vervoerd in de lompe, maar zeewaardige koggeschepenmet een enorm laadvermogen, is de basis gelegd voor de later te vormen VOC. In de 14e en 15e eeuw waren de gevaren voor de handel in de gebieden van de Oostzee enorm groot. Zowel op zee als op de wal was het risico van roof en oorlog aanwezig. Daarom werd door kooplieden en steden o.a. het Hanzeverbond gesloten. Uiteindelijk waren er xb170 steden aangesloten bij een verbond. Zij beloofden elkaar zo veel mogelik te steunen en de kooplieden uit die steden verschillende voorrechten te verlenen.

Foto: Stichting Kamper Kogge

Na de thuisvaart van de koggeschepen uit het Oostzeegebied (Ommelandtvaart) werd er druk gehandeld in de 14e en 15e eeuw. Vaak waren de schippers niet alleen eigenaar van het schip, zij waren ook de kooplieden. Meestal zochten zij naar ondieptes in de buurt waarvan mensen woonden. Daar ankerden zij hun schip en brachten de koopwaar naar de wal. sommige schippers bouwden een schuurtje waar zij hun kraam en andere spullen achterlieten. Handelaren belust op de ‘eerste koopwaar’ vestigden zich in de buurt van de aanlegplaats. Zo ontstonden de eerste havenplaatsen en -steden. Plaatsen die later bekend werden als de Hanzesteden.

Foto: Schilderij van James C. Bender

Het admiraalsschip "Brederode" van Admiraal Witte de With tussen de 300 schepen op weg naar de Sont. In de 17e eeuw werd de "Ommelandtvaart" onderhouden door Kat-,Kof- en Fluitschepen. Doordat Denemarken in de Sont tol ging heffen waren de Fluitschepen een doorn in het oog van de Denen. De tol werd berekend op de breedte van het bovendek van de schepen. De Hollanders bouwdwn de Fluitschepen met een smal bovendek en een brede romp (veel laden enweinig betalen). De Denen maakten het de Hollanders steeds lastiger. Besloten werd om de koopvaarders met oorlogsschepen te hulp te komen. Admiraal Witte de With leidde300 wachtende Koopvaarders door de Sont. De Deense admiraliteit had slechts 15 schepen ter beschikking maar de Hollanders kwamen met 46 oorlogsschepen hulp bieden. Het konvooi van 346 schepen kon zonder tol te betalen doorvaren waarbij de begeleiding niet in aktie hoefde te komen.

Foto: Batavia-werf

De "Batavia" zeilend in Australixeb De VOC had een belangrijke inbreng in de welvaart van de 17e eeuw. Deze eerste multi-national ter wereld heeft in zijn 200-jarig bestaan maar lieft 1500 schepen laten bouwen. Volgens de nagelaten boeken heeft de VOC maar 2% van haar schepen verloren.

Foto: Cape Holland, Den Helder

De orginele ‘Prins Willem’ werd in 1649 in Middelburg gebouwd door scheepsbouwmeester Cornelis Speldernieuw. Het was in opdracht van de Kamer van Zeeland der VOC. Het schip had een lengte van 68 m. Een breedte van 14 m. En een masthoogte van 54 m. Het was hiermee het grootste schip van de VOC. Nadat het was uitgerust als oorlogsschip verging het schip met man en muis in een storm bij het eiland Brandon voor de kust van Madagaskar. De replica is gebouwd bij Scheepswerf Amels in Makkum voor het openlucht museum Oranda Mura in Japan. Nu ligt het schip bij het themapark Cape Holland in Den Helder. </span

Foto: Clipper Stad Amsterdam

De in Amsterdam, naast het Scheepvaartmuseum, gebouwde klipper ‘Stad Amsterdam’ vol onder zeil. Dit snel varende scheepstype zorgde in de 19e eeuw voor een grote toename van de internationale vracht- en passagiervaart.

Foto: The Duyfken 1606 Replica Foundation

De kiellegging van de ‘Duyfken’ door Prins Willem-Alexander op 12 januari 1997.

Foto: The Duyfken 1606 Replica Foundation

De romp is klaar

Foto: The Duyfken 1606 Replica Foundation

Onder dak voor de verdere afbouw

Foto: The Duyfken 1606 Replica Foundation

Weer te water gezet voor plaatsing van de masten

Foto: The Duyfken 1606 Replica Foundation

Ook de masten zijn geplaatst

Foto: The Duyfken Replica Foundation

De ‘Duyfken’ onder zeil en opweg naar De Banda-eilanden in Indonesixeb

Foto: Stichting Statenjacht Utrecht

Het Utrechts statenjacht onder zeil

Foto: Museum ‘t Behouden Huys/&quotDe Telegraaf&quot-Aquarel van Frans Schot. Loodskotter Terschelling

WEER SCHEEPSBOUW OP TERSCHELLING

Op het Waddeneiland Terschelling worden binnenkort weer historische oude schepen gemaakt. Op het eiland moet een museumwerf verschijnen, vergelijkbaar met de Bataviawerf in Lelystad. De werf start met een ambitieus project: de bouw van een Terschellinger loodskotter of een Terschellinger blazer (vissersschip). Negen organisaties op Terschelling hebben de handen ineen geslagen om de museumwerf te realiseren. "Er is een vijfjarenplan opgesteld waarbij de kosten op x80850.000 zijn begroot, waarna het project zichzelf zal moeten bedruipen", aldus de initiatiefnemers. De helft van het budget gaat op aan de bouw van de imposante replica. "Doel is het oude ambacht van de bouw van sloepen en vletten weer ter hand te nemen, niet alleen als een vorm van economische activiteit, maar ook als een attractie waar toeristen kunnen komen kijken." De werf moet enkele arbeidsplaatsen opleveren voor de eilandgemeenschap, maar bovendien biedt de werf mogelijkheden om jongeren en werklozen te scholen. Het ambitieuze plan, dat wordt gesteund door het eilandbestuur, moet worden bekostigd met bijdragen van eiland bewoners en toeristen, overheidssubsidies en eigen inkomsten door bouw- of restauratieopdrachten. De initiatiefnemers willen dit jaar de financixebn rond krijgen. Enkele particuliere fondsen hebben reeds steun toegezegd.

Samenvatting van de bijdrage van Bart Olmer in "De Telegraaf" van 15/04/2006.

15 May 2007
By on 18:19